Binocrit

Actief ingrediënt: epoëtine alfa

Epoëtine alfa stimuleert de aanmaak van rode bloedcellen.

Artsen schrijven het voor bij bloedarmoede.

    • Epoëtine-alfa-injecties stimuleren het lichaam om rode bloedcellen te maken.
    • Bij ernstige bloedarmoede (zoals kan ontstaan bij bepaalde nierziekten en bepaalde ziekten van het beenmerg). Bij chemotherapie tegen kanker en voorafgaand aan een operatie als de artsen veel bloedverlies verwachten.
    • Het duurt 2 tot 6 weken voor het aantal rode bloedcellen op peil is.
    • U krijgt de injecties meestal 1 of meer keren per week. Soms eenmaal per 2 weken.
    • Bijwerkingen onder meer: misselijkheid, overgeven, diarree, koorts, verhoogde bloeddruk, griepverschijnselen en irritatie op de injectieplaats.
    • Een zeldzame bijwerking is trombose (bloedstolsel in een bloedvat). U merkt trombose aan plotselinge pijn of zwelling in uw been of aan benauwdheid of kortademigheid. Waarschuw dan direct een arts.
  • Bloedarmoede

    Bloedarmoede kan verschillende oorzaken hebben. Bijvoorbeeld een tekort aan rode bloedcellen. De rode bloedcellen brengen met behulp van ijzer, zuurstof via het bloed naar de rest van het lichaam. Bij een tekort aan rode bloedcellen kan het bloed onvoldoende zuurstof vervoeren. Dit veroorzaakt extreme vermoeidheid.

    Een tekort aan rode bloedcellen kan bijvoorbeeld ontstaan bij bepaalde nierziekten. En bij bepaalde ziekten van het beenmerg. En bij chemotherapie tegen kanker, bij bepaalde medicatie bij hiv-infectie en bij extreem bloedverlies bij een operatie.

    Behandeling
    Epoëtine alfa stimuleert het lichaam nieuwe rode bloedcellen te maken. Epoëtine alfa lijkt op het natuurlijke hormoon erytropoëtine, dat hetzelfde effect heeft. Het wordt gebruikt bij bloedarmoede om te voorkomen dat een bloedtransfusie nodig is.

    Epoëtine alfa wordt ook gebruikt om het aantal rode bloedcellen te verhogen. Dit gebeurt bij mensen van wie het bloed wordt afgenomen om later bij zich zelf weer te laten toedienen. Dit wordt gedaan bij mensen die geen bloedtransfusies met bloed van andere mensen verdragen of dat niet willen.

    Effect
    Na begin van de behandeling duurt het twee tot zes weken voor het aantal rode bloedcellen is toegenomen.

    Lees meer over bloedarmoede . "
  • Soms (bij 10 tot 30 op de 100 mensen)

    • Maagdarmklachten, zoals misselijkheid, overgeven en diarree en koorts.

      Dit komt vooral voor in het begin van de behandeling.

    Zelden (bij 1 tot 10 op de 100 mensen)

    • Verhoogde bloeddruk. U mag dit middel alleen gebruiken als de bloeddruk goed is.

      Eventueel geeft u arts hiervoor bloeddrukverlagers. Zeer zelden ontstaat een plotseling sterk verhoogde bloeddruk. Waarschuw uw arts bij spiertrekkingen en plotseling opkomende migraineachtige hoofdpijn (heftig kloppende eenzijdige hoofdpijn).

    • Vorming van bloedstolsels in de vaten (trombose), vooral op de plaats van de injectienaald. Gebruik dit middel niet als u een verhoogde kans heeft op trombose. Of als u ooit door trombose een hartaanval of beroerte heeft gehad.

      Mogelijk combineert uw arts de behandeling van epoëtine alfa met antistollingsmiddelen.

    • Griepachtige verschijnselen zoals hoofdpijn, pijn in de gewrichten en spieren, koude rillingen en hoest.

      Dit komt vooral voor in het begin van de behandeling.

    • Oedeem. Dit merkt u vooral aan opgezwollen enkels en voeten.

      Raadpleeg uw arts als u hier veel last van heeft.

    Zeer zelden (bij minder dan 1 op de 100 mensen)

    • Overgevoeligheid voor epoëtine. Dit merkt u onder andere aan onverklaarbare vermoeidheid, benauwdheid jeuk of galbulten, huiduitslag, griepachtige verschijnselen, koorts, spierpijn, benauwdheid of flauwvallen.

      Stop met het gebruik en raadpleeg uw arts. U mag dit middel in de toekomst niet meer gebruiken. Geef daarom aan de apotheek door dat u overgevoelig bent voor epoëtine. Het apotheekteam kan er dan op letten dat u dit middel niet opnieuw krijgt.

    • Te veel kalium in het bloed. Dit merkt u aan een onregelmatige hartslag (vaak het eerste symptoom), gevoelloosheid of vreemde gevoelswaarnemingen in de armen en de benen. En aan lusteloosheid, verwardheid en zwakte.

      Raadpleeg bij deze verschijnselen uw arts.

    Heeft u last van een bijwerking? Meld dit dan bij het bijwerkingencentrum lareb. Hier worden alle meldingen over bijwerkingen van medicijnen in Nederland verzameld. Ik wil een bijwerking melden

    Uitleg frequenties

    Regelmatig : bij meer dan 30 op de 100 mensen
    Soms : bij 10 tot 30 op de 100 mensen
    Zelden : bij 1 tot 10 op de 100 mensen
    Zeer zelden : bij minder dan 1 op de 100 mensen

  • Kijk voor de juiste dosering op het etiket van de apotheek of in de bijsluiter.

    Hoe?
    In het algemeen worden de injecties in het ziekenhuis, de polikliniek of door de wijkverpleegkundige toegediend. Mogelijk heeft u geleerd om uzelf te injecteren.

    Bewaar de injectiespuiten in de koelkast (niet in het vriesvak).

    Hoe lang?

    • Mensen met kanker die chemotherapie krijgen: u moet dit middel gebruiken tot en met 1 maand na stoppen van de chemotherapie. Of tot er weer voldoende rode bloedcellen zijn. U krijgt dan 1 of 3 keer per week een injectie.
    • Mensen met ziekten van het beenmerg: u gebruikt dit middel 1 keer per week.
    • Mensen met chronische nierziekten, zoals mensen die nierdialyse nodig hebben: u gebruikt dit middel continu een- tot driemaal per week of 1 keer per 2 weken.
    • Mensen die bepaalde medicijnen tegen hiv-infectie krijgen: u gebruikt dit middel doorgaans 3 keer per week.
    • Voorafgaand aan een operatie. Om voor voldoende rode bloedcellen te zorgen in uw bloed, zodat het bloedverlies minder schadelijke gevolgen heeft. Of om voldoende bloedcellen aan te maken voor afname van bloed ten behoeve van een bloedtransfusie: u moet dit middel vanaf 3 weken voor de geplande operatie wekelijks of tweemaal per week gebruiken. Uw lichaam heeft dan voldoende tijd nieuwe bloedcellen aan te maken.
  • Als u zelf injecteert: bent u een dosis vergeten? Raadpleeg dan uw arts. Gebruik nooit een dubbele dosis.

  • autorijden, alcohol drinken en alles eten?
    Bij dit middel zijn hiervoor geen beperkingen.

  • Er zijn van dit middel geen belangrijke wisselwerkingen met andere medicijnen bekend.

  • Zwangerschap
    Gebruik dit middel NIET als u zwanger bent of binnenkort wilt worden. Het is niet bekend of epoëtine schadelijk is voor het ongeboren kind. Gebruikt u dit middel en denkt u erover om zwanger te worden, overleg dan met uw arts.

    Borstvoeding
    Wilt u borstvoeding geven, overleg dan met uw arts. Het is niet bekend of dit middel in de moedermelk terechtkomt en of het schadelijk voor de baby is.

  • U kunt op elk moment in één keer stoppen met het gebruik van dit middel.

  • Ja, u  heeft een recept nodig.

    Epoëtine alfa is sinds 1989 internationaal op de markt. Het is op recept te krijgen onder de merknamen Binocrit en Eprex in injecties.

  • Eprex Eprex Binocrit Binocrit
  • Deze tekst is opgesteld door het Geneesmiddel Informatie Centrum van de KNMP. Deze tekst is gebaseerd op de bijsluiter van het beschreven medicijn en op andere, wetenschappelijke bronnen. Zoals medische richtlijnen, standaarden en literatuur. Bent u benieuwd hoe het apotheek.nl-team dit doet? Bekijk dan de video. Hoewel bij het opstellen van de tekst uiterste zorgvuldigheid is betracht, is de KNMP niet aansprakelijk voor eventuele schade die zou kunnen voortvloeien uit enige onjuistheid in deze tekst. De officiële bijsluiter van dit medicijn vindt u bij het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen op: www.cbg-meb.nl.

    • Epoëtine-alfa-injecties stimuleren het lichaam om rode bloedcellen te maken.
    • Bij ernstige bloedarmoede (zoals kan ontstaan bij bepaalde nierziekten en bepaalde ziekten van het beenmerg). Bij chemotherapie tegen kanker en voorafgaand aan een operatie als de artsen veel bloedverlies verwachten.
    • Het duurt 2 tot 6 weken voor het aantal rode bloedcellen op peil is.
    • U krijgt de injecties meestal 1 of meer keren per week. Soms eenmaal per 2 weken.
    • Bijwerkingen onder meer: misselijkheid, overgeven, diarree, koorts, verhoogde bloeddruk, griepverschijnselen en irritatie op de injectieplaats.
    • Een zeldzame bijwerking is trombose (bloedstolsel in een bloedvat). U merkt trombose aan plotselinge pijn of zwelling in uw been of aan benauwdheid of kortademigheid. Waarschuw dan direct een arts.
  • Bloedarmoede

    Bloedarmoede kan verschillende oorzaken hebben. Bijvoorbeeld een tekort aan rode bloedcellen. De rode bloedcellen brengen met behulp van ijzer, zuurstof via het bloed naar de rest van het lichaam. Bij een tekort aan rode bloedcellen kan het bloed onvoldoende zuurstof vervoeren. Dit veroorzaakt extreme vermoeidheid.

    Een tekort aan rode bloedcellen kan bijvoorbeeld ontstaan bij bepaalde nierziekten. En bij bepaalde ziekten van het beenmerg. En bij chemotherapie tegen kanker, bij bepaalde medicatie bij hiv-infectie en bij extreem bloedverlies bij een operatie.

    Behandeling
    Epoëtine alfa stimuleert het lichaam nieuwe rode bloedcellen te maken. Epoëtine alfa lijkt op het natuurlijke hormoon erytropoëtine, dat hetzelfde effect heeft. Het wordt gebruikt bij bloedarmoede om te voorkomen dat een bloedtransfusie nodig is.

    Epoëtine alfa wordt ook gebruikt om het aantal rode bloedcellen te verhogen. Dit gebeurt bij mensen van wie het bloed wordt afgenomen om later bij zich zelf weer te laten toedienen. Dit wordt gedaan bij mensen die geen bloedtransfusies met bloed van andere mensen verdragen of dat niet willen.

    Effect
    Na begin van de behandeling duurt het twee tot zes weken voor het aantal rode bloedcellen is toegenomen.

    Lees meer over bloedarmoede . "
  • Soms (bij 10 tot 30 op de 100 mensen)

    • Maagdarmklachten, zoals misselijkheid, overgeven en diarree en koorts.

      Dit komt vooral voor in het begin van de behandeling.

    Zelden (bij 1 tot 10 op de 100 mensen)

    • Verhoogde bloeddruk. U mag dit middel alleen gebruiken als de bloeddruk goed is.

      Eventueel geeft u arts hiervoor bloeddrukverlagers. Zeer zelden ontstaat een plotseling sterk verhoogde bloeddruk. Waarschuw uw arts bij spiertrekkingen en plotseling opkomende migraineachtige hoofdpijn (heftig kloppende eenzijdige hoofdpijn).

    • Vorming van bloedstolsels in de vaten (trombose), vooral op de plaats van de injectienaald. Gebruik dit middel niet als u een verhoogde kans heeft op trombose. Of als u ooit door trombose een hartaanval of beroerte heeft gehad.

      Mogelijk combineert uw arts de behandeling van epoëtine alfa met antistollingsmiddelen.

    • Griepachtige verschijnselen zoals hoofdpijn, pijn in de gewrichten en spieren, koude rillingen en hoest.

      Dit komt vooral voor in het begin van de behandeling.

    • Oedeem. Dit merkt u vooral aan opgezwollen enkels en voeten.

      Raadpleeg uw arts als u hier veel last van heeft.

    Zeer zelden (bij minder dan 1 op de 100 mensen)

    • Overgevoeligheid voor epoëtine. Dit merkt u onder andere aan onverklaarbare vermoeidheid, benauwdheid jeuk of galbulten, huiduitslag, griepachtige verschijnselen, koorts, spierpijn, benauwdheid of flauwvallen.

      Stop met het gebruik en raadpleeg uw arts. U mag dit middel in de toekomst niet meer gebruiken. Geef daarom aan de apotheek door dat u overgevoelig bent voor epoëtine. Het apotheekteam kan er dan op letten dat u dit middel niet opnieuw krijgt.

    • Te veel kalium in het bloed. Dit merkt u aan een onregelmatige hartslag (vaak het eerste symptoom), gevoelloosheid of vreemde gevoelswaarnemingen in de armen en de benen. En aan lusteloosheid, verwardheid en zwakte.

      Raadpleeg bij deze verschijnselen uw arts.

    Heeft u last van een bijwerking? Meld dit dan bij het bijwerkingencentrum lareb. Hier worden alle meldingen over bijwerkingen van medicijnen in Nederland verzameld. Ik wil een bijwerking melden

    Uitleg frequenties

    Regelmatig : bij meer dan 30 op de 100 mensen
    Soms : bij 10 tot 30 op de 100 mensen
    Zelden : bij 1 tot 10 op de 100 mensen
    Zeer zelden : bij minder dan 1 op de 100 mensen

  • Kijk voor de juiste dosering op het etiket van de apotheek of in de bijsluiter.

    Hoe?
    In het algemeen worden de injecties in het ziekenhuis, de polikliniek of door de wijkverpleegkundige toegediend. Mogelijk heeft u geleerd om uzelf te injecteren.

    Bewaar de injectiespuiten in de koelkast (niet in het vriesvak).

    Hoe lang?

    • Mensen met kanker die chemotherapie krijgen: u moet dit middel gebruiken tot en met 1 maand na stoppen van de chemotherapie. Of tot er weer voldoende rode bloedcellen zijn. U krijgt dan 1 of 3 keer per week een injectie.
    • Mensen met ziekten van het beenmerg: u gebruikt dit middel 1 keer per week.
    • Mensen met chronische nierziekten, zoals mensen die nierdialyse nodig hebben: u gebruikt dit middel continu een- tot driemaal per week of 1 keer per 2 weken.
    • Mensen die bepaalde medicijnen tegen hiv-infectie krijgen: u gebruikt dit middel doorgaans 3 keer per week.
    • Voorafgaand aan een operatie. Om voor voldoende rode bloedcellen te zorgen in uw bloed, zodat het bloedverlies minder schadelijke gevolgen heeft. Of om voldoende bloedcellen aan te maken voor afname van bloed ten behoeve van een bloedtransfusie: u moet dit middel vanaf 3 weken voor de geplande operatie wekelijks of tweemaal per week gebruiken. Uw lichaam heeft dan voldoende tijd nieuwe bloedcellen aan te maken.
  • Als u zelf injecteert: bent u een dosis vergeten? Raadpleeg dan uw arts. Gebruik nooit een dubbele dosis.

  • autorijden, alcohol drinken en alles eten?
    Bij dit middel zijn hiervoor geen beperkingen.

  • Er zijn van dit middel geen belangrijke wisselwerkingen met andere medicijnen bekend.

  • Zwangerschap
    Gebruik dit middel NIET als u zwanger bent of binnenkort wilt worden. Het is niet bekend of epoëtine schadelijk is voor het ongeboren kind. Gebruikt u dit middel en denkt u erover om zwanger te worden, overleg dan met uw arts.

    Borstvoeding
    Wilt u borstvoeding geven, overleg dan met uw arts. Het is niet bekend of dit middel in de moedermelk terechtkomt en of het schadelijk voor de baby is.

  • U kunt op elk moment in één keer stoppen met het gebruik van dit middel.

  • Ja, u  heeft een recept nodig.

    Epoëtine alfa is sinds 1989 internationaal op de markt. Het is op recept te krijgen onder de merknamen Binocrit en Eprex in injecties.

  • Eprex Eprex Binocrit Binocrit
  • Deze tekst is opgesteld door het Geneesmiddel Informatie Centrum van de KNMP. Deze tekst is gebaseerd op de bijsluiter van het beschreven medicijn en op andere, wetenschappelijke bronnen. Zoals medische richtlijnen, standaarden en literatuur. Bent u benieuwd hoe het apotheek.nl-team dit doet? Bekijk dan de video. Hoewel bij het opstellen van de tekst uiterste zorgvuldigheid is betracht, is de KNMP niet aansprakelijk voor eventuele schade die zou kunnen voortvloeien uit enige onjuistheid in deze tekst. De officiële bijsluiter van dit medicijn vindt u bij het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen op: www.cbg-meb.nl.

Sluit de enquête