insuline bij kinderen

  • Insuline is een injectiemiddel voor mensen met diabetes. Mensen met diabetes maken zelf geen of onvoldoende insuline aan.

    Er zijn verschillende soorten insuline te krijgen: kortwerkend, middellangwerkend, langwerkend en combinaties hiervan.

    Artsen schrijven insuline voor bij kinderen met diabetes mellitus en bij kinderen die een te hoog bloedsuiker hebben (hyperglykemie). Sommige soorten insuline worden gebruikt bij acute diabetische ketoacidose.

  • In de bijsluiter kunt u terugvinden dat insuline wordt gebruikt bij kinderen met diabetes mellitus.

    Insuline is bij deze aandoening officieel geregistreerd. Dit betekent dat de fabrikant insuline bij kinderen uitgebreid heeft onderzocht. Uit het onderzoek van de fabrikant blijkt dat het bij kinderen werkt en veilig is. De overheid heeft goedgekeurd dat het medicijn te krijgen is. En dat kinderen het mogen gebruiken. In de bijsluiter van uw kind kan een leeftijdsgrens staan. Het hangt af van het soort insuline voor welke leeftijd het gebruikt kan worden.

    Er is ook onderzoek gedaan naar insuline bij:

    • kinderen met acute diabetische ketoacidose;
    • kinderen tot 1 maand die een te hoog bloedsuiker hebben (hyperglykemie).

    Deze aandoeningen staan niet in de bijsluiter. Maar ook in deze gevallen blijkt insuline te werken en is het veilig. Daarom schrijft de arts insuline ook voor bij kinderen met deze aandoeningen. Dit wordt off-label-gebruik genoemd.

  • Door kunstmatig de goede hoeveelheid insuline te geven, gaat het lichaam weer normaal werken. Insuline zorgt ervoor dat de lichaamscellen suiker uit het bloed opnemen.

    De verschijnselen van diabetes worden langzaam minder. Dorst, vaak plassen en een droge mond verdwijnen meestal binnen een paar dagen. Vermoeidheidsklachten worden meestal binnen een paar weken minder. Behalve als de vermoeidheid door iets anders komt dan door de diabetes.

    • Een kortwerkende insuline verlaagt de hoeveelheid bloedsuiker al na 10 tot 30 minuten; het werkt 2 tot 8 uur.
    • Een middellange insuline werkt na 1 tot 2 uur; het werkt 16-24 uur.
    • Langwerkend insuline werkt steeds de hele dag, bij gebruik volgens voorschrift.

    Ook de plaats van de injectie bepaalt hoe lang het duurt voor insuline gaat werken: buik (snel), bovenarm (normaal), bovenbeen (langzaam) of bil (langzaam).

  • Gaat uw kind voor het eerst insuline gebruiken? Dan zal uw arts of diabetesverpleegkundige uw kind instellen op insuline. Dat betekent dat de arts of diabetesverpleegkundige de dosering voor uw kind zo goed mogelijk vaststelt. Voor insuline bestaat namelijk geen standaarddosering, iedereen reageert er anders op.

    Het is belangrijk dat uw kind zich tijdens de beginperiode streng aan het schema houdt dat is voorgeschreven. Anders is het resultaat niet goed te beoordelen.
    Download het instructieblad insuline spuiten en het instructieblad bloedsuiker meten.

    Hoe?

    • Laat uw kind bij elke injectie een nieuwe naald gebruiken. Anders kan uw kind de huid beschadigen en kan er een spuitplek ontstaan.
    • Laat uw kind regelmatig van injectieplek wisselen. Spuit uw kind vaak in dezelfde huidplek, dan kan op die plek een spuitplek ontstaan.
    • Het is belangrijk dat uw kind op ieder spuittijdstip van de dag in hetzelfde lichaamsdeel spuit (wel telkens op een andere plek). Dus als hij 's ochtends altijd in de bil spuit, laat hem dan steeds een andere plek op de bil kiezen. Maar laat hem 's ochtends niet wisselen tussen bijvoorbeeld bil en buik. Dit is omdat de snelheid waarmee de insuline in het lichaam wordt opgenomen sterk afhangt van het ingespoten lichaamsdeel: buik (snel), bovenarm (normaal), bovenbeen (langzaam) of bil (langzaam).
    • Laat uw kind de insuline NIET in een spuitplek injecteren. Anders kan het bloedsuiker van uw kind erg gaan schommelen.

    Bij een ketoacidose wordt uw kind in het ziekenhuis behandeld, bijvoorbeeld met een insuline-infuus.

    Wanneer?

    Van de arts of diabetesverpleegkundige heeft uw kind een schema gekregen. Ook heeft uw kind uitleg gekregen over hoe hij moet omgaan met de bloedsuikermeter en de insulinespuit of -pomp. En hoe hij zijn insulinebehoefte aan moet passen aan de hand van het gemeten bloedsuiker. Het is belangrijk dat uw kind deze aanwijzingen precies opvolgt. De meest gebruikte schema's zijn de volgende:

    • Gebruikt uw kind het medicijn 1 keer per dag? Uw kind krijgt een (middel)langwerkende insuline. Hij spuit die in vóór de nacht.
    • Gebruikt uw kind het medicijn 2 keer per dag? Uw kind krijgt een combinatie van een kort- en een middellangwerkende insuline. Hij spuit die in vóór het ontbijt en vóór het avondeten.
    • Gebruikt uw kind het medicijn 4 keer per dag? Uw kind gebruikt dan 3 keer per dag vóór het eten een kortwerkende insuline. En 1 keer vóór de nacht een middellangwerkende insuline.

    Hoe lang?

    Als uw kind diabetes mellitus type 1 heeft, zal hij de rest van zijn leven insuline moeten blijven gebruiken.

    Bij diabetes mellitus type 2 hangt het af van de controle van het bloedsuiker hoe lang insuline nodig is. Dit kan de rest van het leven zijn. Maar het insulinegebruik kan ook tijdelijk zijn. Dit kan bijvoorbeeld zijn bij gebruik tijdens de zwangerschap.

  • Behalve het gewenste effect kan dit medicijn bijwerkingen geven. De meeste bijwerkingen die bekend zijn, zijn gemeld bij volwassenen. Over bijwerkingen bij kinderen is minder bekend dan bij volwassenen. Waarschijnlijk kunnen de bijwerkingen die bij volwassenen gemeld zijn, ook voorkomen bij kinderen. Zie voor deze bijwerkingen en hoe vaak deze voorkomen de informatie over insuline bij kinderen bij volwassenen.

    • huiduitslag en galbulten

      Bijwerkingen van de langwerkende insuline glargine waarvan bekend is dat ze vaker bij kinderen kunnen voorkomen, zijn huiduitslag en galbulten (urticaria) op de injectieplaats. Raadpleeg de arts als dit niet overgaat.


    Heeft uw kind last van een bijwerking? Meld dit dan bij het bijwerkingencentrum lareb. Hier worden alle meldingen over bijwerkingen van medicijnen in Nederland verzameld. Ik wil een bijwerking melden

  • Insuline is voor kinderen te krijgen in:

    • injectiespuit;
    • insulinepen;
    • insulinepompje.

    Bij een ketoacidose wordt uw kind in het ziekenhuis behandeld, bijvoorbeeld met een insulineinfuus.

    Insuline is te krijgen in de volgende vormen:

    • kortwerkend;
    • middellangwerkend;
    • langwerkend;
    • een combinatie van kort- en middellangwerkend;
    • een combinatie van middellang- en langwerkend.
  • Meer informatie over dit medicijn vindt u bij insuline bij volwassenen. In deze tekst vindt u onder andere informatie over:

    • wat u moet doen als een dosis is vergeten;
    • of het mogelijk is om zomaar met dit medicijn te stoppen;
    • of het medicijn samen mag met andere medicijnen.

    Voor deze onderwerpen is de informatie voor kinderen en volwassenen hetzelfde, of is er geen specifieke informatie voor kinderen bekend.

  • Insuline is een injectiemiddel voor mensen met diabetes. Mensen met diabetes maken zelf geen of onvoldoende insuline aan.

    Er zijn verschillende soorten insuline te krijgen: kortwerkend, middellangwerkend, langwerkend en combinaties hiervan.

    Artsen schrijven insuline voor bij kinderen met diabetes mellitus en bij kinderen die een te hoog bloedsuiker hebben (hyperglykemie). Sommige soorten insuline worden gebruikt bij acute diabetische ketoacidose.

  • In de bijsluiter kunt u terugvinden dat insuline wordt gebruikt bij kinderen met diabetes mellitus.

    Insuline is bij deze aandoening officieel geregistreerd. Dit betekent dat de fabrikant insuline bij kinderen uitgebreid heeft onderzocht. Uit het onderzoek van de fabrikant blijkt dat het bij kinderen werkt en veilig is. De overheid heeft goedgekeurd dat het medicijn te krijgen is. En dat kinderen het mogen gebruiken. In de bijsluiter van uw kind kan een leeftijdsgrens staan. Het hangt af van het soort insuline voor welke leeftijd het gebruikt kan worden.

    Er is ook onderzoek gedaan naar insuline bij:

    • kinderen met acute diabetische ketoacidose;
    • kinderen tot 1 maand die een te hoog bloedsuiker hebben (hyperglykemie).

    Deze aandoeningen staan niet in de bijsluiter. Maar ook in deze gevallen blijkt insuline te werken en is het veilig. Daarom schrijft de arts insuline ook voor bij kinderen met deze aandoeningen. Dit wordt off-label-gebruik genoemd.

  • Door kunstmatig de goede hoeveelheid insuline te geven, gaat het lichaam weer normaal werken. Insuline zorgt ervoor dat de lichaamscellen suiker uit het bloed opnemen.

    De verschijnselen van diabetes worden langzaam minder. Dorst, vaak plassen en een droge mond verdwijnen meestal binnen een paar dagen. Vermoeidheidsklachten worden meestal binnen een paar weken minder. Behalve als de vermoeidheid door iets anders komt dan door de diabetes.

    • Een kortwerkende insuline verlaagt de hoeveelheid bloedsuiker al na 10 tot 30 minuten; het werkt 2 tot 8 uur.
    • Een middellange insuline werkt na 1 tot 2 uur; het werkt 16-24 uur.
    • Langwerkend insuline werkt steeds de hele dag, bij gebruik volgens voorschrift.

    Ook de plaats van de injectie bepaalt hoe lang het duurt voor insuline gaat werken: buik (snel), bovenarm (normaal), bovenbeen (langzaam) of bil (langzaam).

  • Gaat uw kind voor het eerst insuline gebruiken? Dan zal uw arts of diabetesverpleegkundige uw kind instellen op insuline. Dat betekent dat de arts of diabetesverpleegkundige de dosering voor uw kind zo goed mogelijk vaststelt. Voor insuline bestaat namelijk geen standaarddosering, iedereen reageert er anders op.

    Het is belangrijk dat uw kind zich tijdens de beginperiode streng aan het schema houdt dat is voorgeschreven. Anders is het resultaat niet goed te beoordelen.
    Download het instructieblad insuline spuiten en het instructieblad bloedsuiker meten.

    Hoe?

    • Laat uw kind bij elke injectie een nieuwe naald gebruiken. Anders kan uw kind de huid beschadigen en kan er een spuitplek ontstaan.
    • Laat uw kind regelmatig van injectieplek wisselen. Spuit uw kind vaak in dezelfde huidplek, dan kan op die plek een spuitplek ontstaan.
    • Het is belangrijk dat uw kind op ieder spuittijdstip van de dag in hetzelfde lichaamsdeel spuit (wel telkens op een andere plek). Dus als hij 's ochtends altijd in de bil spuit, laat hem dan steeds een andere plek op de bil kiezen. Maar laat hem 's ochtends niet wisselen tussen bijvoorbeeld bil en buik. Dit is omdat de snelheid waarmee de insuline in het lichaam wordt opgenomen sterk afhangt van het ingespoten lichaamsdeel: buik (snel), bovenarm (normaal), bovenbeen (langzaam) of bil (langzaam).
    • Laat uw kind de insuline NIET in een spuitplek injecteren. Anders kan het bloedsuiker van uw kind erg gaan schommelen.

    Bij een ketoacidose wordt uw kind in het ziekenhuis behandeld, bijvoorbeeld met een insuline-infuus.

    Wanneer?

    Van de arts of diabetesverpleegkundige heeft uw kind een schema gekregen. Ook heeft uw kind uitleg gekregen over hoe hij moet omgaan met de bloedsuikermeter en de insulinespuit of -pomp. En hoe hij zijn insulinebehoefte aan moet passen aan de hand van het gemeten bloedsuiker. Het is belangrijk dat uw kind deze aanwijzingen precies opvolgt. De meest gebruikte schema's zijn de volgende:

    • Gebruikt uw kind het medicijn 1 keer per dag? Uw kind krijgt een (middel)langwerkende insuline. Hij spuit die in vóór de nacht.
    • Gebruikt uw kind het medicijn 2 keer per dag? Uw kind krijgt een combinatie van een kort- en een middellangwerkende insuline. Hij spuit die in vóór het ontbijt en vóór het avondeten.
    • Gebruikt uw kind het medicijn 4 keer per dag? Uw kind gebruikt dan 3 keer per dag vóór het eten een kortwerkende insuline. En 1 keer vóór de nacht een middellangwerkende insuline.

    Hoe lang?

    Als uw kind diabetes mellitus type 1 heeft, zal hij de rest van zijn leven insuline moeten blijven gebruiken.

    Bij diabetes mellitus type 2 hangt het af van de controle van het bloedsuiker hoe lang insuline nodig is. Dit kan de rest van het leven zijn. Maar het insulinegebruik kan ook tijdelijk zijn. Dit kan bijvoorbeeld zijn bij gebruik tijdens de zwangerschap.

  • Behalve het gewenste effect kan dit medicijn bijwerkingen geven. De meeste bijwerkingen die bekend zijn, zijn gemeld bij volwassenen. Over bijwerkingen bij kinderen is minder bekend dan bij volwassenen. Waarschijnlijk kunnen de bijwerkingen die bij volwassenen gemeld zijn, ook voorkomen bij kinderen. Zie voor deze bijwerkingen en hoe vaak deze voorkomen de informatie over insuline bij kinderen bij volwassenen.

    • huiduitslag en galbulten

      Bijwerkingen van de langwerkende insuline glargine waarvan bekend is dat ze vaker bij kinderen kunnen voorkomen, zijn huiduitslag en galbulten (urticaria) op de injectieplaats. Raadpleeg de arts als dit niet overgaat.


    Heeft uw kind last van een bijwerking? Meld dit dan bij het bijwerkingencentrum lareb. Hier worden alle meldingen over bijwerkingen van medicijnen in Nederland verzameld. Ik wil een bijwerking melden

  • Insuline is voor kinderen te krijgen in:

    • injectiespuit;
    • insulinepen;
    • insulinepompje.

    Bij een ketoacidose wordt uw kind in het ziekenhuis behandeld, bijvoorbeeld met een insulineinfuus.

    Insuline is te krijgen in de volgende vormen:

    • kortwerkend;
    • middellangwerkend;
    • langwerkend;
    • een combinatie van kort- en middellangwerkend;
    • een combinatie van middellang- en langwerkend.
  • Meer informatie over dit medicijn vindt u bij insuline bij volwassenen. In deze tekst vindt u onder andere informatie over:

    • wat u moet doen als een dosis is vergeten;
    • of het mogelijk is om zomaar met dit medicijn te stoppen;
    • of het medicijn samen mag met andere medicijnen.

    Voor deze onderwerpen is de informatie voor kinderen en volwassenen hetzelfde, of is er geen specifieke informatie voor kinderen bekend.

Sluit de enquête