-
Olanzapine hoort bij de atypische antipsychotica. Het zorgt dat natuurlijk voorkomende stoffen in de hersenen minder werken, vooral dopamine. Hierdoor worden psychosen en onrust minder.
Artsen schrijven olanzapine voor bij kinderen met:- psychose en psychotische crises, bijvoorbeeld bij schizofrenie;
- manie;
- autisme;
- anorexia nervosa.
-
Olanzapine is niet geregistreerd bij kinderen. Dit betekent dat de fabrikant olanzapine niet heeft onderzocht bij kinderen. Het gebruik bij kinderen staat daarom niet in de bijsluiter. Maar er is wel ander onderzoek gedaan naar olanzapine bij kinderen vanaf 9 jaar. Uit dit onderzoek blijkt dat het bij kinderen werkt en veilig is. Daarom schrijft de arts olanzapine ook voor bij kinderen vanaf 9 jaar. Dit heet off-label-gebruik.
Olanzapine mag alleen worden voorgeschreven door een specialist in de kinder-en jeugdpsychiatrie.
-
Olanzapine zorgt dat natuurlijk voorkomende stoffen in de hersenen minder werken, zoals dopamine.
- Psychose (bijvoorbeeld bij schizofrenie): olanzapine zorgt voor minder verschijnselen van een psychose. Mogelijk werkt het ook een beetje tegen de 'negatieve verschijnselen'.
- Manie: olanzapine werkt vooral goed bij mensen die tijdens een manie ook depressieve gevoelens hebben.
- Autisme: olanzapine zorgt voor minder onrust, angst en agressiviteit.
- Anorexia nervosa: olanzapine verhoogt de eetlust.
-
Een tablet werkt binnen een paar uren. Eén dosis werk minimaal 24 uur.
-
Kijk voor de dosering op het etiket van de apotheek. Download het instructieblad slikken van medicijnen.
Hoe?
- Gewone tabletten: laat uw kind de tablet innemen met een half glas water of met een ander drinken.
- In plaats van met water kan uw kind sommige tabletten ook innemen met ander drinken. Zoals melk, limonade of vruchtensap. Of met zacht eten. Zoals appelmoes, jam of vruchtenyoghurt. Vraag aan de apotheker wat de mogelijkheden zijn.
- Heeft uw kind moeite met het heel doorslikken van een tablet? Bekijk dan het instructiefilmpje 'Slikken van medicijnen'. Hierin kunt u zien hoe een kind de tablet het beste kan innemen.
- Werkt dat onvoldoende? Neem dan contact op met de apotheker. Sommige tabletten mag u fijnstampen of uiteen laten vallen in water. Maar let op: er zijn ook tabletten die u niet mag fijnstampen of uiteen mag laten vallen. Omdat het medicijn dan minder goed of zelfs niet meer werkt. Soms kan het medicijn hierdoor vies smaken. Of uw kind krijgt eerder last van bijwerkingen, zoals maagklachten. Vraag dit dus eerst aan de apotheker.
- Blijft uw kind problemen houden met het innemen van het medicijn? Vraag dan aan de arts of apotheker of er een andere toedieningsvorm is die uw kind gemakkelijker kan innemen.
- Smelttabletten ('Velotab'): laat uw kind de tablet in de mond smelten en dan doorslikken. Ook kunt u het smelttablet eerst in een glas water of een andere drank (bijvoorbeeld melk, koffie, appelsap of sinaasappelsap) uiteen laten vallen. Laat uw kind dit dan opdrinken.
Wanneer?
Uw kind kan het medicijn het best 's avonds innemen.
Hoe lang?
Psychose (bij schizofrenie)
Is de psychotische periode voorbij, dan zal uw kind dit medicijn meestal nog lange tijd moeten gebruiken. Anders is de kans op een nieuwe psychose (terugval) groot. De arts zal de dosering in die periode meestal wel verlagen.- Heeft uw kind voor het eerst een psychose gehad? Dan moet hij dit medicijn meestal nog tot 1 of 2 jaar na herstel gebruiken. Hierna kan hij proberen te stoppen. Alleen in bijzondere gevallen mag uw kind na een half jaar stoppen. Bijvoorbeeld als uw kind erg snel is hersteld. Dit moet dan wel onder goede begeleiding en de kans op terugval is dan nog steeds groter.
- Heeft uw kind al eerder een psychose gehad? Dan moet hij meestal de rest van zijn leven een antipsychoticum blijven gebruiken.
Manie
Zijn de ergste onrustige verschijnselen verdwenen? Dan kan de arts adviseren het gebruik van olanzapine langzaam af te bouwen. Soms adviseert de arts om door te gaan met olanzapine, om een nieuwe manie te voorkomen. - Gewone tabletten: laat uw kind de tablet innemen met een half glas water of met een ander drinken.
-
Behalve het gewenste effect kan dit medicijn bijwerkingen geven. De meeste bijwerkingen die bekend zijn, zijn gemeld bij volwassenen. Over bijwerkingen bij kinderen is minder bekend dan bij volwassenen. Waarschijnlijk kunnen de bijwerkingen die bij volwassenen gemeld zijn, ook voorkomen bij kinderen. Zie voor deze bijwerkingen en hoe vaak deze voorkomen de informatie over olanzapine bij kinderen bij volwassenen.
Soms (bij 10 tot 30 op de 100 mensen)
Zwaarder worden, door meer eetlust en een langzamere stofwisseling.
Raadpleeg de arts of een diëtist als uw kind hier veel last van heeft. De arts zal de bloeddruk, het gewicht en de lengte van uw kind opmeten voordat hij met olanzapine begint. Vaak zal er ook bloed geprikt worden.
Teveel vetten in het bloed. Zelden ook teveel cholesterol in het bloed.
Deze kunnen zich ophopen in de bloedvaten, waardoor trombose kan ontstaan. De arts zal elk jaar het cholesterol en/of vetgehalte controleren. Heeft uw kind al een te hoog cholesterol en/of vetgehalte in het bloed? Dan zal de arts uw kind daar extra op controleren.
Suf, slaperig, moe of duizelig zijn. En een minder goed reactie-, concentratie- en coördinatievermogen.
Dit is vooral lastig bij activiteiten waarbij uw kind goed moet kunnen opletten. Zoals tijdens het fietsen, spelen, leren of op school.
Slap gevoel
Leverschade. U merkt dit aan een gevoelige, opgezwollen buik, buikpijn of een gele verkleuring van het oogwit of van de huid. Heeft uw kind hier last van? Waarschuw dan meteen de arts. De arts controleert regelmatig de leverwaarden van uw kind.
Zelden (bij 1 tot 10 op de 100 mensen)
Droge mond. Zeer zelden droge neus en ogen.
Als uw kind veel last heeft van een droge mond kan hij/zij de aanmaak van speeksel stimuleren. Dit kan met (suikervrije) kauwgom of door te zuigen op ijsblokjes. Deze klachten gaan meestal over als uw kind gewend is geraakt aan dit medicijn.
Duizelig zijn door lage bloeddruk, vooral bij opstaan uit bed of uit een stoel.
Dit gaat in het algemeen over uw kind is gewend aan dit medicijn. Dit is meestal binnen een paar dagen tot weken. Is uw kind duizelig? Laat hem/haar dan niet te snel opstaan uit bed of van een stoel. Uw kind kan dan het best even liggen en de benen wat hoger leggen, bijvoorbeeld op een kussen. Blijft uw kind last houden, bespreek dit dan met de arts. Mogelijk kan uw kind het medicijn in de avond nemen, dan heeft hij/zij overdag minder last van duizeligheid.
Bewegingsstoornissen. Bijvoorbeeld stijve spieren, beven, moeite met lopen of praten, rusteloos zijn en plotselinge spiertrekkingen. Als u dit merkt, waarschuw dan uw arts.
Als uw kind dit medicijn langdurig gebruikt, kunt u zeer zelden een ander soort bewegingsstoornissen zien die lijken op tics. Zoals vreemde bewegingen van tong en mond, zoals smakken, zuigen of kauwen, en vreemde gezichtsuitdrukkingen. Verder buigen en strekken van vingers en tenen, zwaai- en draaibewegingen van schouders en bekken. Als uw kind dit medicijn een lange tijd gebruikt, is de kans op deze bijwerkingen groter. Raadpleeg de arts als uw kind al lijdt aan een bewegingsstoornis. De verschijnselen kunnen door dit medicijn erger worden. Misschien kan de arts een ander medicijn voorschrijven.
Te veel suiker (glucose) in het bloed
- Raadpleeg de arts als uw kind ongewoon veel dorst heeft en veel moet plassen.
- Heeft uw kind diabetes? Dan kan hij/zij een te hoog bloedglucose krijgen door dit medicijn. Controleer daarom vaker het bloedglucose.
- Uw arts zal de bloedsuikerspiegel van uw kind controleren voordat uw kind met dit medicijn start. En ook terwijl uw kind dit medicijn gebruikt.
Zeer zelden (bij minder dan 1 op de 100 mensen)
Hoofdpijn, en angstig of gespannen gevoel.
Maagdarmklachten, zoals verstopping.
Kwijlen
Maligne neurolepticasyndroom. Uw kind kan last krijgen van stijve spieren, gevoel te moeten bewegen, koorts, zweten, kwijlen of suf zijn.
Neem meteen contact op met uw arts.
Hartritmestoornissen. Uw kind kan opeens duizelig zijn of flauwvallen.
Heeft uw kind de hartritmestoornis verlengd QT‑interval? Dan mag uw kind dit medicijn NIET gebruiken. Overleg met de apotheker of arts. Misschien kan de arts een ander medicijn voorschrijven.
Heeft uw kind last van een bijwerking? Meld dit dan bij het bijwerkingencentrum lareb. Hier worden alle meldingen over bijwerkingen van medicijnen in Nederland verzameld. Ik wil een bijwerking melden
-
Olanzapine is voor kinderen te krijgen in:
- tabletten;
- smelttabletten.
-
Meer informatie over dit medicijn vindt u bij olanzapine bij volwassenen. In deze tekst vindt u onder andere informatie over:
- wat u moet doen als een dosis is vergeten;
- of het mogelijk is om zomaar met dit medicijn te stoppen;
- of het medicijn samen mag met andere medicijnen.
Voor deze onderwerpen is de informatie voor kinderen en volwassenen hetzelfde, of is er geen specifieke informatie voor kinderen bekend.
-
Olanzapine hoort bij de atypische antipsychotica. Het zorgt dat natuurlijk voorkomende stoffen in de hersenen minder werken, vooral dopamine. Hierdoor worden psychosen en onrust minder.
Artsen schrijven olanzapine voor bij kinderen met:- psychose en psychotische crises, bijvoorbeeld bij schizofrenie;
- manie;
- autisme;
- anorexia nervosa.
-
Olanzapine is niet geregistreerd bij kinderen. Dit betekent dat de fabrikant olanzapine niet heeft onderzocht bij kinderen. Het gebruik bij kinderen staat daarom niet in de bijsluiter. Maar er is wel ander onderzoek gedaan naar olanzapine bij kinderen vanaf 9 jaar. Uit dit onderzoek blijkt dat het bij kinderen werkt en veilig is. Daarom schrijft de arts olanzapine ook voor bij kinderen vanaf 9 jaar. Dit heet off-label-gebruik.
Olanzapine mag alleen worden voorgeschreven door een specialist in de kinder-en jeugdpsychiatrie.
-
Olanzapine zorgt dat natuurlijk voorkomende stoffen in de hersenen minder werken, zoals dopamine.
- Psychose (bijvoorbeeld bij schizofrenie): olanzapine zorgt voor minder verschijnselen van een psychose. Mogelijk werkt het ook een beetje tegen de 'negatieve verschijnselen'.
- Manie: olanzapine werkt vooral goed bij mensen die tijdens een manie ook depressieve gevoelens hebben.
- Autisme: olanzapine zorgt voor minder onrust, angst en agressiviteit.
- Anorexia nervosa: olanzapine verhoogt de eetlust.
-
Een tablet werkt binnen een paar uren. Eén dosis werk minimaal 24 uur.
-
Kijk voor de dosering op het etiket van de apotheek. Download het instructieblad slikken van medicijnen.
Hoe?
- Gewone tabletten: laat uw kind de tablet innemen met een half glas water of met een ander drinken.
- In plaats van met water kan uw kind sommige tabletten ook innemen met ander drinken. Zoals melk, limonade of vruchtensap. Of met zacht eten. Zoals appelmoes, jam of vruchtenyoghurt. Vraag aan de apotheker wat de mogelijkheden zijn.
- Heeft uw kind moeite met het heel doorslikken van een tablet? Bekijk dan het instructiefilmpje 'Slikken van medicijnen'. Hierin kunt u zien hoe een kind de tablet het beste kan innemen.
- Werkt dat onvoldoende? Neem dan contact op met de apotheker. Sommige tabletten mag u fijnstampen of uiteen laten vallen in water. Maar let op: er zijn ook tabletten die u niet mag fijnstampen of uiteen mag laten vallen. Omdat het medicijn dan minder goed of zelfs niet meer werkt. Soms kan het medicijn hierdoor vies smaken. Of uw kind krijgt eerder last van bijwerkingen, zoals maagklachten. Vraag dit dus eerst aan de apotheker.
- Blijft uw kind problemen houden met het innemen van het medicijn? Vraag dan aan de arts of apotheker of er een andere toedieningsvorm is die uw kind gemakkelijker kan innemen.
- Smelttabletten ('Velotab'): laat uw kind de tablet in de mond smelten en dan doorslikken. Ook kunt u het smelttablet eerst in een glas water of een andere drank (bijvoorbeeld melk, koffie, appelsap of sinaasappelsap) uiteen laten vallen. Laat uw kind dit dan opdrinken.
Wanneer?
Uw kind kan het medicijn het best 's avonds innemen.
Hoe lang?
Psychose (bij schizofrenie)
Is de psychotische periode voorbij, dan zal uw kind dit medicijn meestal nog lange tijd moeten gebruiken. Anders is de kans op een nieuwe psychose (terugval) groot. De arts zal de dosering in die periode meestal wel verlagen.- Heeft uw kind voor het eerst een psychose gehad? Dan moet hij dit medicijn meestal nog tot 1 of 2 jaar na herstel gebruiken. Hierna kan hij proberen te stoppen. Alleen in bijzondere gevallen mag uw kind na een half jaar stoppen. Bijvoorbeeld als uw kind erg snel is hersteld. Dit moet dan wel onder goede begeleiding en de kans op terugval is dan nog steeds groter.
- Heeft uw kind al eerder een psychose gehad? Dan moet hij meestal de rest van zijn leven een antipsychoticum blijven gebruiken.
Manie
Zijn de ergste onrustige verschijnselen verdwenen? Dan kan de arts adviseren het gebruik van olanzapine langzaam af te bouwen. Soms adviseert de arts om door te gaan met olanzapine, om een nieuwe manie te voorkomen. - Gewone tabletten: laat uw kind de tablet innemen met een half glas water of met een ander drinken.
-
Behalve het gewenste effect kan dit medicijn bijwerkingen geven. De meeste bijwerkingen die bekend zijn, zijn gemeld bij volwassenen. Over bijwerkingen bij kinderen is minder bekend dan bij volwassenen. Waarschijnlijk kunnen de bijwerkingen die bij volwassenen gemeld zijn, ook voorkomen bij kinderen. Zie voor deze bijwerkingen en hoe vaak deze voorkomen de informatie over olanzapine bij kinderen bij volwassenen.
Soms (bij 10 tot 30 op de 100 mensen)
Zwaarder worden, door meer eetlust en een langzamere stofwisseling.
Raadpleeg de arts of een diëtist als uw kind hier veel last van heeft. De arts zal de bloeddruk, het gewicht en de lengte van uw kind opmeten voordat hij met olanzapine begint. Vaak zal er ook bloed geprikt worden.
Teveel vetten in het bloed. Zelden ook teveel cholesterol in het bloed.
Deze kunnen zich ophopen in de bloedvaten, waardoor trombose kan ontstaan. De arts zal elk jaar het cholesterol en/of vetgehalte controleren. Heeft uw kind al een te hoog cholesterol en/of vetgehalte in het bloed? Dan zal de arts uw kind daar extra op controleren.
Suf, slaperig, moe of duizelig zijn. En een minder goed reactie-, concentratie- en coördinatievermogen.
Dit is vooral lastig bij activiteiten waarbij uw kind goed moet kunnen opletten. Zoals tijdens het fietsen, spelen, leren of op school.
Slap gevoel
Leverschade. U merkt dit aan een gevoelige, opgezwollen buik, buikpijn of een gele verkleuring van het oogwit of van de huid. Heeft uw kind hier last van? Waarschuw dan meteen de arts. De arts controleert regelmatig de leverwaarden van uw kind.
Zelden (bij 1 tot 10 op de 100 mensen)
Droge mond. Zeer zelden droge neus en ogen.
Als uw kind veel last heeft van een droge mond kan hij/zij de aanmaak van speeksel stimuleren. Dit kan met (suikervrije) kauwgom of door te zuigen op ijsblokjes. Deze klachten gaan meestal over als uw kind gewend is geraakt aan dit medicijn.
Duizelig zijn door lage bloeddruk, vooral bij opstaan uit bed of uit een stoel.
Dit gaat in het algemeen over uw kind is gewend aan dit medicijn. Dit is meestal binnen een paar dagen tot weken. Is uw kind duizelig? Laat hem/haar dan niet te snel opstaan uit bed of van een stoel. Uw kind kan dan het best even liggen en de benen wat hoger leggen, bijvoorbeeld op een kussen. Blijft uw kind last houden, bespreek dit dan met de arts. Mogelijk kan uw kind het medicijn in de avond nemen, dan heeft hij/zij overdag minder last van duizeligheid.
Bewegingsstoornissen. Bijvoorbeeld stijve spieren, beven, moeite met lopen of praten, rusteloos zijn en plotselinge spiertrekkingen. Als u dit merkt, waarschuw dan uw arts.
Als uw kind dit medicijn langdurig gebruikt, kunt u zeer zelden een ander soort bewegingsstoornissen zien die lijken op tics. Zoals vreemde bewegingen van tong en mond, zoals smakken, zuigen of kauwen, en vreemde gezichtsuitdrukkingen. Verder buigen en strekken van vingers en tenen, zwaai- en draaibewegingen van schouders en bekken. Als uw kind dit medicijn een lange tijd gebruikt, is de kans op deze bijwerkingen groter. Raadpleeg de arts als uw kind al lijdt aan een bewegingsstoornis. De verschijnselen kunnen door dit medicijn erger worden. Misschien kan de arts een ander medicijn voorschrijven.
Te veel suiker (glucose) in het bloed
- Raadpleeg de arts als uw kind ongewoon veel dorst heeft en veel moet plassen.
- Heeft uw kind diabetes? Dan kan hij/zij een te hoog bloedglucose krijgen door dit medicijn. Controleer daarom vaker het bloedglucose.
- Uw arts zal de bloedsuikerspiegel van uw kind controleren voordat uw kind met dit medicijn start. En ook terwijl uw kind dit medicijn gebruikt.
Zeer zelden (bij minder dan 1 op de 100 mensen)
Hoofdpijn, en angstig of gespannen gevoel.
Maagdarmklachten, zoals verstopping.
Kwijlen
Maligne neurolepticasyndroom. Uw kind kan last krijgen van stijve spieren, gevoel te moeten bewegen, koorts, zweten, kwijlen of suf zijn.
Neem meteen contact op met uw arts.
Hartritmestoornissen. Uw kind kan opeens duizelig zijn of flauwvallen.
Heeft uw kind de hartritmestoornis verlengd QT‑interval? Dan mag uw kind dit medicijn NIET gebruiken. Overleg met de apotheker of arts. Misschien kan de arts een ander medicijn voorschrijven.
Heeft uw kind last van een bijwerking? Meld dit dan bij het bijwerkingencentrum lareb. Hier worden alle meldingen over bijwerkingen van medicijnen in Nederland verzameld. Ik wil een bijwerking melden
-
Olanzapine is voor kinderen te krijgen in:
- tabletten;
- smelttabletten.
-
Meer informatie over dit medicijn vindt u bij olanzapine bij volwassenen. In deze tekst vindt u onder andere informatie over:
- wat u moet doen als een dosis is vergeten;
- of het mogelijk is om zomaar met dit medicijn te stoppen;
- of het medicijn samen mag met andere medicijnen.
Voor deze onderwerpen is de informatie voor kinderen en volwassenen hetzelfde, of is er geen specifieke informatie voor kinderen bekend.