Aclasta

Actief ingrediënt: zoledroninezuur

Zoledroninezuur behoort tot de bisfosfonaten. Bisfosfonaten remmen de botafbraak en versterken de botten.

Artsen schrijven het voor bij te veel calcium (kalk) in het bloed door kanker en bij uitzaaiingen in het bot door kanker. Ze schrijven het ook voor bij botontkalking (osteoporose) en bij de ziekte van Paget.

Wordt soms gebruikt bij borstkanker, om de groei te remmen en uitzaaiingen te voorkomen.

    • Zoledroninezuur remt de afbraak van botten en maakt ze steviger.
    • Bij kanker als er te veel calcium (kalk) in het bloed is, of als de botten door uitzaaiingen van kanker pijnlijk en broos worden.
      Ook bij botontkalking (osteoporose). Bijvoorbeeld na de overgang of door lang gebruik van bijnierschorshormonen.
      Verder bij de ziekte van Paget (pijnlijke botvergroeiingen). Soms om de groei van borstkanker te remmen.
    • Vooral bij de eerste keer dat u het infuus krijgt, kunt u griepachtige klachten krijgen. Slik daarom direct paracetamol, nadat u het infuus heeft gekregen. Gaat deze bijwerking binnen een paar dagen niet over of zijn de klachten zeer ernstig? Overleg dan met uw arts.
    • Hoe lang u dit middel moet gebruiken, hangt af van uw ziekte.
    • Bij osteoporose krijgt u 1 keer per jaar een infuus. U moet hier 5 jaar of langer mee doorgaan om de botten stevig genoeg te maken.
    • Let op! Niet gebruiken als u zwanger bent. Het is niet zeker of dit medicijn veilig is voor de baby in uw buik.
    • Geeft u borstvoeding? Het is niet bekend of dit medicijn in de moedermelk komt en of het slecht voor de baby is. Vraag aan uw arts of apotheker of u dit medicijn mag gebruiken.

    Download de samenvatting

  • Kanker

    Zoledroninezuur wordt gebruikt bij verschillende vormen van kanker. Namelijk kanker waarbij sprake is van teveel calcium in het bloed of van botafbraak, zoals bij de ziekte van Kahler en uitzaaiingen van borstkanker.

    • De ziekte van Kahler (multipel myeloom) is een kanker van het beenmerg, waarbij  bloedcellen uit het beenmerg zich zomaar vermenigvuldigen. Deze bloedcellen tasten daar het botweefsel aan.
    • Uitzaaiingen van borstkanker kunnen zich in de botten nestelen en het botweefsel aantasten.
    • Kankersoorten die de precieze afstemming van de hoeveelheid calcium en fosfaat in het bloed verstoren of die zorgen dat botweefsel te snel wordt afgebroken.

    Verschijnselen

    Door aantasting van het botweefsel ontstaat botpijn in de rug, ribben, nek of bekken. Ook kunnen de botten zomaar breken.
    Doordat de botten worden afgebroken kan er te veel calcium (kalk) in het bloed komen. Dit zorgt voor ernstige uitdroging (dorst en veel plassen). Het is slecht voor de nieren.

    Bij de ziekte van Kahler verdringen de kankercellen bovendien de cellen in het beenmerg die bloedcellen moeten aanmaken. Doordat de kankercellen de gezonde cellen van het beenmerg verdringen, kan het beenmerg niet meer voldoende gezonde bloedcellen aanmaken. Zo ontstaat bloedarmoede en een verminderde weerstand. Bloedarmoede is te merken aan ernstige vermoeidheid. Door de verminderde afweer, is de kans op infecties groter.

    Werking
    Zoledroninezuur bindt zich aan het calcium in het bot. Hierdoor remt het de afbraak van het bot.
    U heeft dan minder botpijn en minder kans op botbreuken en afwijkingen in het bot.
    Bovendien komt er minder calcium in het bloed, wat de kans op nierbeschadiging verkleint.

    Bij borstkanker zorgt zoledroninezuur er ook voor dat de kanker minder snel groeit en er minder kans is op uitzaaiingen.

    Een infuus met zoledroninezuur werkt 3 tot 4 weken door.

    Lees meer over kanker . "

    Botontkalking

    Er hoort een voortdurend evenwicht te zijn tussen aanmaak en afbraak van botten. Bij botontkalking (osteoporose) is de afbraak sterker dan de aanmaak, waardoor de botten brozer worden. Daardoor breken ze eerder en kunnen de wervels van de ruggengraat inzakken.

    U merkt meestal zelf niet dat u botontkalking heeft. Uw arts kan met een botdichtheidsonderzoek bekijken hoe stevig uw botten zijn.

    Oorzaken
    Er zijn verschillende oorzaken voor botontkalking. De belangrijkste zijn:

    • ouder worden: vanaf ongeveer 45 jaar is de aanmaak van bot minder dan de afbraak. Dit is het geval bij zowel mannen als vrouwen, maar mannen hebben meestal sterkere botten dan vrouwen. Ze hebben hierdoor minder snel last van botontkalking;
    • de overgang bij vrouwen, doordat het lichaam vanaf de overgang minder oestrogenen aanmaakt. Oestrogenen zijn vrouwelijke geslachtshormonen die ook zorgen voor een evenwicht tussen de aanmaak en de afbraak van botweefsel. Hoe minder oestrogenen, hoe zwakker de botten;
    • verwijdering van de eierstokken bij vrouwen, aangezien de eierstokken oestrogenen aanmaken, die weer voor de botopbouw zorgen;
    • gebruik van veel bijnierschorshormonen (corticosteroïden), zoals prednison, gedurende langere tijd. Deze hebben botontkalking als bijwerking;
    • te weinig beweging. Beweging stimuleert de botopbouw;
    • te weinig vitamine D. Vitamine D zorgt dat de botten calcium (kalk) opnemen. Vitamine D wordt onder invloed van zonlicht in de huid gemaakt. Als u weinig in de buitenlucht komt of een donkere huid heeft, heeft u kans op een tekort aan vitamine D;
    • te weinig calcium (kalk) in het voedsel. Voldoende calcium krijgt u binnen met minimaal 4 zuivelconsumpties per dag, zoals een glas melk, een bakje yoghurt of een boterham met kaas;
    • sommige vormen van kanker en uitzaaiingen in het bot, die de botafbraak stimuleren (zie hieronder bij ‘Kanker’).

    Werking
    Bisfosfonaten, zoals zoledroninezuur, binden zich aan het calcium (kalk) in het bot. Dit remt de afbraak van het bot. Als u het samen met voldoende calcium en vitamine D gebruikt, worden uw botten sterker. U merkt dit niet direct zelf op. Maar u heeft wel minder kans op botbreuken.

    Artsen schrijven zoledroninezuur voor als bij u sprake is van botontkalking, of als u een grote kans heeft later botontkalking te krijgen. Meestal wordt osteoporose behandeld met een bisfosfonaat dat u kunt slikken. Als tabletten niet mogelijk zijn, kan de arts kiezen voor een keer per jaar een infuus met zoledroninezuur. Bijvoorbeeld bij mensen die bedlegerig zijn. Voor hen is het niet altijd mogelijk een bisfosfonaat veilig in te nemen.

    Lees meer over botontkalking . "

    Ziekte van Paget

    Verschijnselen
    De belangrijkste verschijnselen bij de ziekte van Paget zijn een aanhoudende pijn in de botten, vervormde botten, botbreuken en soms hartzwakte.

    Oorzaken
    De precieze oorzaak van de ziekte van Paget is onbekend. Er hoort een voortdurend evenwicht te zijn tussen aanmaak en afbraak van de botten. Bij de ziekte van Paget is deze aanmaak en afbraak sneller dan normaal. De botten krijgen hierdoor een afwijkende structuur waardoor ze minder sterk zijn en met elkaar kunnen vergroeien.

    In nieuw gevormd botweefsel komen veel meer bloedvaten. Hierdoor kan het hart moeite hebben het bloed rond te pompen, waardoor hartzwakte kan ontstaan. 

    Behandeling
    De ziekte van Paget wordt meestal met zoledroninezuur behandeld. Na het infuus met dit medicijn moet u meestal ten minste 10 dagen extra kalk en vitamine D slikken.

    Werking
    Zoledroninezuur bindt zich aan het calcium (kalk) in het bot. Dit remt de afbraak van de botten. De snelheid van afbraak en opbouw van de aangetaste botten neemt af. Hierdoor heeft u minder botpijn en minder kans op botbreuken.
    Het effect op botpijn merkt u binnen 1 tot 3 maanden na het infuus. Het effect kan enkele maanden tot langer dan 5 jaar aanhouden.

    Lees meer over ziekte van paget . "
  • Soms (bij 10 tot 30 op de 100 mensen)

    • Griepachtige verschijnselen in de eerste 3 dagen na het infuus. U kunt last krijgen van koorts, spierpijn, gewrichtspijn, vermoeidheid, een ziek gevoel en blozen.

      Dit komt vooral voor bij de eerste keer dat u het medicijn krijgt. U kunt de kans hierop verkleinen door direct na toediening van dit medicijn paracetamol in te nemen. Raadpleeg uw arts als het na een paar dagen niet overgaat of als de klachten zeer ernstig zijn.

    Zelden (bij 1 tot 10 op de 100 mensen)

    • Hoofdpijn, duizeligheid, vermoeidheid, gevoel van zwakte.

    • Pijn in botten, spieren en gewrichten, stijve spieren.

      Heeft u hier veel last van? Neem dan contact op met uw arts.
      Zeer zelden, en alleen na meerdere keren gebruik, scheurtjes in het bot van het dijbeen. Dit merkt u aan pijn in uw liesstreek, dijbeen of heup. Neem dan contact op met uw arts.

    • Bloedarmoede, u merkt dat onder andere aan een extreme vermoeidheid, een bleke huid en slijmvliezen.

      Raadpleeg dan uw arts.

    • Oogontsteking. Raadpleeg uw arts als u wazig of slecht gaat zien en bij een pijnlijk of rood oog.

    • Maagdarmklachten, de eerste dagen na het infuus. Zoals misselijkheid, braken, geen eetlust. Zeer zelden buikpijn, verstopping, diarree, winderigheid ontstoken slokdarm.

      Heeft u hier veel last van? Raadpleeg dan uw arts.

    • Te weinig calcium (kalk) in het bloed. Te weinig calcium kunt u merken aan braken, trillende handen, benauwdheid, hartkloppingen, spierkrampen en gevoelige handen, voeten, lippen en tong.

      Als dit optreedt, is het meestal binnen 10 dagen na het infuus. Raadpleeg bij deze verschijnselen uw arts.
      Dit komt vooral, maar zelden, voor als u dit medicijn gebruikt tegen de ziekte van Paget.

    Zeer zelden (bij minder dan 1 op de 100 mensen)

    • Pijn, zwelling of roodheid op de plaats van het infuus.

      Raadpleeg uw arts als de klachten niet overgaan.

    • Overmatig zweten of trillen.

    • Tintelingen of een doof of prikkelend gevoel op de huid.

    • Benauwdheid, hoest of kortademigheid.

      Raadpleeg uw arts als u dit bemerkt.

    • Droge mond, smaakstoornissen, ontsteking van het mondslijmvlies.

    • Pijn in de kaak of oor, oorontsteking of loopoor.

      Raadpleeg uw arts als dit niet overgaat. Het kan namelijk wijzen op een beschadiging van het kaakgewricht of het botweefsel rond het oor. De kans hierop neemt toe als u dit medicijn meerdere malen krijgt toegediend. Deze klachten kunnen eerder ontstaan na een tandheelkundige ingreep in de mond, zoals het trekken van tanden en kiezen. Overleg met uw arts als u een behandeling van tandarts of kaakchirurg nodig heeft in de weken na het infuus.
      Verzorg uw gebit goed en laat uw gebit regelmatig door uw tandarts controleren.
      Waarschuw meteen uw (tand)arts als u last krijgt van uw mond of gebit, zoals loszittende tanden of kiezen en pijn of zwelling.

    • Hartvaatklachten zoals hartkloppingen, vertraagde hartslag, te hoge of juist lage bloeddruk.

      Raadpleeg uw arts als u dit bemerkt.

    • Nierbeschadiging. Dit merkt u onder andere aan vaak moeten plassen, vochtophoping in de benen of voeten (oedeem), gewichtstoename, bloed in de urine.

      Neem bij deze klachten contact op met uw arts.
      U kunt de kans hierop verkleinen door voor elke behandeling voldoende te drinken. Als u al een verminderde nierwerking heeft, is behandeling met dit medicijn niet verstandig. Bespreek dit met uw arts.

    • Spierkrampen. Waarschuw bij epileptische aanvallen of hevige spierkrampen uw arts.

    • Psychische klachten zoals angst, verwardheid, slapeloosheid of juist slaperigheid.

      Raadpleeg uw arts.

    • Infecties of bloedingen. U merkt het aan keelpijn, koorts, blaren in de mond, snel blauwe plekken of bloedneuzen of infecties.

      Waarschuw in deze gevallen direct uw arts. De bijwerking kan komen door te weinig witte bloedcellen of bloedplaatjes.

    • Overgevoeligheid voor dit medicijn. Dit merkt u aan huiduitslag, galbulten en jeuk.

      Neem bij deze verschijnselen contact op met uw arts.
      In zeer zeldzame gevallen ontstaat een ernstige overgevoeligheid. Dit is te merken aan een of meer van de volgende verschijnselen: koorts, opgezwollen mond, tong, keel of gezicht, ademhalingsproblemen en flauwvallen. Raadpleeg meteen een arts of ga naar de Eerste-hulpdienst.
      Als u overgevoelig blijkt te zijn, mag u dit medicijn in de toekomst niet meer gebruiken. Geef dat aan de apotheker door. Het apotheekteam kan er dan op letten dat u dit medicijn niet opnieuw krijgt.

    Heeft u last van een bijwerking? Meld dit dan bij het bijwerkingencentrum lareb. Hier worden alle meldingen over bijwerkingen van medicijnen in Nederland verzameld. Ik wil een bijwerking melden

    Uitleg frequenties

    Regelmatig : bij meer dan 30 op de 100 mensen
    Soms : bij 10 tot 30 op de 100 mensen
    Zelden : bij 1 tot 10 op de 100 mensen
    Zeer zelden : bij minder dan 1 op de 100 mensen

  • Hoe?
    Een arts of verpleegkundige zal het infuus aanbrengen.
    Het infuus duurt minimaal een kwartier.

    Hoelang?
    Hoelang u het moet gebruiken hangt af van de reden waarvoor u het gebruikt.

    • Bij kanker met uitzaaiingen in het bot (botmetastasen): u krijgt elke 3 tot 4 weken een infuus met zoledroninezuur. De duur van het gebruik hangt af van hoe uw ziekte verloopt. Soms krijgt u het infuus elke 12 weken.
    • Bij te veel calcium in het bloed door kanker: meestal is 1 infuus met zoledroninezuur voldoende om de hoeveelheid calcium weer goed te krijgen.
    • Bij de ziekte van Paget: het infuus werkt nog lange tijd door. Als het effect afneemt kan het infuus worden herhaald. De tijd tussen 2 infusen moet minstens 1 jaar zijn.
    • Bij botontkalking: u krijgt een keer per jaar een infuus. Uw arts zal elke 5 jaar bepalen of het nog zinvol is de behandeling voort te zetten. Bisfosfonaten, zoals zoledroninezuur, worden meestal niet langer dan 5 jaar gebruikt. Drie jaar na stoppen zal uw arts kijken of dit medicijn opnieuw nodig is.
    • Om de bijwerking van corticosteroïden (bijnierschorshormonen) tegen te gaan: u krijgt een keer per jaar een infuus. U moet dit medicijn meestal net zolang als het corticosteroïd gebruiken. Behalve als u dit corticosteroïd langer dan 10 jaar gebruikt. Na 10 jaar moet u meestal stoppen met zoledroninezuur.
    • Om borstkanker te remmen: u krijgt 2 keer per jaar een infuus. U krijgt dit medicijn 3 jaar.
  • Dit medicijn wordt door de arts of een verpleegkundige toegediend. Neem contact op met uw arts op verpleegkundige als u de afspraak hebt gemist of niet in staat bent de afspraak te halen.

  • autorijden ?
    Ja, dat kan. Dit medicijn heeft geen invloed op hoe goed u kunt autorijden.

    alcohol drinken en alles eten?
    U mag alles eten en drinken. Bij botontkalking is het belangrijk voldoende calcium en vitamine D te gebruiken. Dit helpt bij de botaanmaak.

    Calcium zit vooral veel in zuivelproducten, zoals melk, yoghurt en kaas.
    Vitamine D zit maar weinig in voedsel, een klein beetje wordt toegevoegd aan margarine. De meeste vitamine D maken mensen zelf in hun huid aan, onder invloed van zonlicht.

    Soms schrijft de arts een calcium- en vitamine D-preparaat voor, als u te weinig calcium of vitamine D binnenkrijgt.

  • Van dit medicijn zijn geen belangrijke wisselwerkingen met andere medicijnen bekend.

  • Zwangerschap
    Overleg met uw arts. U kunt dit medicijn beter NIET gebruiken als u zwanger bent of binnenkort wilt worden. Over het gebruik van dit medicijn tijdens de zwangerschap is nog te weinig bekend. In theorie kan dit medicijn de hoeveelheid calcium bij de baby beïnvloeden. Het kan dan schadelijk zijn voor de botopbouw en ontwikkeling van de baby. Misschien kan uw arts een ander medicijn voorschrijven. Een medicijn waarvan wel bekend is dat u het veilig kunt gebruiken.

    Borstvoeding
    Wilt u borstvoeding geven? Overleg dan met uw arts of apotheker. Het is niet bekend of dit medicijn in de moedermelk komt en of het slecht is voor de baby. Mogelijk kunt u kunstvoeding geven.

  • Bij gebruik vanwege kanker kunt op elk moment in één keer met dit medicijn stoppen.. Als u stopt neemt de kans toe op botbreuken, botpijn en nierbeschadiging. Stop daarom alleen op advies van uw arts.

    Bij osteoporose krijgt u meestal 5 jaar lang elk jaar een infuus. Als u in die tijd stopt, is het effect op uw botten misschien niet voldoende. Probeer daarom het voorgeschreven aantal jaar vol te houden.

    Denkt u erover na om te stoppen met dit medicijn? Lees voor meer informatie het thema 'Kan ik stoppen met mijn medicijnen tegen botontkalking?'.

     

  • Ja, u heeft een recept nodig.

    Zoledroninezuur is sinds 2000 internationaal op de markt. Het is op recept verkrijgbaar als infuus onder de merknamen Aclasta en Zometa en als het merkloze Zoledroninezuur.

  • Aclasta Aclasta Zometa Zometa Zoledroninezuur Zoledroninezuur
  • Deze tekst is opgesteld door het Geneesmiddel Informatie Centrum van de KNMP. Deze tekst is gebaseerd op de bijsluiter van het beschreven medicijn en op andere, wetenschappelijke bronnen. Zoals medische richtlijnen, standaarden en literatuur. Bent u benieuwd hoe het apotheek.nl-team dit doet? Bekijk dan de video. Hoewel bij het opstellen van de tekst uiterste zorgvuldigheid is betracht, is de KNMP niet aansprakelijk voor eventuele schade die zou kunnen voortvloeien uit enige onjuistheid in deze tekst. De officiële bijsluiter van dit medicijn vindt u bij het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen op: www.cbg-meb.nl.

    • Zoledroninezuur remt de afbraak van botten en maakt ze steviger.
    • Bij kanker als er te veel calcium (kalk) in het bloed is, of als de botten door uitzaaiingen van kanker pijnlijk en broos worden.
      Ook bij botontkalking (osteoporose). Bijvoorbeeld na de overgang of door lang gebruik van bijnierschorshormonen.
      Verder bij de ziekte van Paget (pijnlijke botvergroeiingen). Soms om de groei van borstkanker te remmen.
    • Vooral bij de eerste keer dat u het infuus krijgt, kunt u griepachtige klachten krijgen. Slik daarom direct paracetamol, nadat u het infuus heeft gekregen. Gaat deze bijwerking binnen een paar dagen niet over of zijn de klachten zeer ernstig? Overleg dan met uw arts.
    • Hoe lang u dit middel moet gebruiken, hangt af van uw ziekte.
    • Bij osteoporose krijgt u 1 keer per jaar een infuus. U moet hier 5 jaar of langer mee doorgaan om de botten stevig genoeg te maken.
    • Let op! Niet gebruiken als u zwanger bent. Het is niet zeker of dit medicijn veilig is voor de baby in uw buik.
    • Geeft u borstvoeding? Het is niet bekend of dit medicijn in de moedermelk komt en of het slecht voor de baby is. Vraag aan uw arts of apotheker of u dit medicijn mag gebruiken.

    Download de samenvatting

  • Kanker

    Zoledroninezuur wordt gebruikt bij verschillende vormen van kanker. Namelijk kanker waarbij sprake is van teveel calcium in het bloed of van botafbraak, zoals bij de ziekte van Kahler en uitzaaiingen van borstkanker.

    • De ziekte van Kahler (multipel myeloom) is een kanker van het beenmerg, waarbij  bloedcellen uit het beenmerg zich zomaar vermenigvuldigen. Deze bloedcellen tasten daar het botweefsel aan.
    • Uitzaaiingen van borstkanker kunnen zich in de botten nestelen en het botweefsel aantasten.
    • Kankersoorten die de precieze afstemming van de hoeveelheid calcium en fosfaat in het bloed verstoren of die zorgen dat botweefsel te snel wordt afgebroken.

    Verschijnselen

    Door aantasting van het botweefsel ontstaat botpijn in de rug, ribben, nek of bekken. Ook kunnen de botten zomaar breken.
    Doordat de botten worden afgebroken kan er te veel calcium (kalk) in het bloed komen. Dit zorgt voor ernstige uitdroging (dorst en veel plassen). Het is slecht voor de nieren.

    Bij de ziekte van Kahler verdringen de kankercellen bovendien de cellen in het beenmerg die bloedcellen moeten aanmaken. Doordat de kankercellen de gezonde cellen van het beenmerg verdringen, kan het beenmerg niet meer voldoende gezonde bloedcellen aanmaken. Zo ontstaat bloedarmoede en een verminderde weerstand. Bloedarmoede is te merken aan ernstige vermoeidheid. Door de verminderde afweer, is de kans op infecties groter.

    Werking
    Zoledroninezuur bindt zich aan het calcium in het bot. Hierdoor remt het de afbraak van het bot.
    U heeft dan minder botpijn en minder kans op botbreuken en afwijkingen in het bot.
    Bovendien komt er minder calcium in het bloed, wat de kans op nierbeschadiging verkleint.

    Bij borstkanker zorgt zoledroninezuur er ook voor dat de kanker minder snel groeit en er minder kans is op uitzaaiingen.

    Een infuus met zoledroninezuur werkt 3 tot 4 weken door.

    Lees meer over kanker . "

    Botontkalking

    Er hoort een voortdurend evenwicht te zijn tussen aanmaak en afbraak van botten. Bij botontkalking (osteoporose) is de afbraak sterker dan de aanmaak, waardoor de botten brozer worden. Daardoor breken ze eerder en kunnen de wervels van de ruggengraat inzakken.

    U merkt meestal zelf niet dat u botontkalking heeft. Uw arts kan met een botdichtheidsonderzoek bekijken hoe stevig uw botten zijn.

    Oorzaken
    Er zijn verschillende oorzaken voor botontkalking. De belangrijkste zijn:

    • ouder worden: vanaf ongeveer 45 jaar is de aanmaak van bot minder dan de afbraak. Dit is het geval bij zowel mannen als vrouwen, maar mannen hebben meestal sterkere botten dan vrouwen. Ze hebben hierdoor minder snel last van botontkalking;
    • de overgang bij vrouwen, doordat het lichaam vanaf de overgang minder oestrogenen aanmaakt. Oestrogenen zijn vrouwelijke geslachtshormonen die ook zorgen voor een evenwicht tussen de aanmaak en de afbraak van botweefsel. Hoe minder oestrogenen, hoe zwakker de botten;
    • verwijdering van de eierstokken bij vrouwen, aangezien de eierstokken oestrogenen aanmaken, die weer voor de botopbouw zorgen;
    • gebruik van veel bijnierschorshormonen (corticosteroïden), zoals prednison, gedurende langere tijd. Deze hebben botontkalking als bijwerking;
    • te weinig beweging. Beweging stimuleert de botopbouw;
    • te weinig vitamine D. Vitamine D zorgt dat de botten calcium (kalk) opnemen. Vitamine D wordt onder invloed van zonlicht in de huid gemaakt. Als u weinig in de buitenlucht komt of een donkere huid heeft, heeft u kans op een tekort aan vitamine D;
    • te weinig calcium (kalk) in het voedsel. Voldoende calcium krijgt u binnen met minimaal 4 zuivelconsumpties per dag, zoals een glas melk, een bakje yoghurt of een boterham met kaas;
    • sommige vormen van kanker en uitzaaiingen in het bot, die de botafbraak stimuleren (zie hieronder bij ‘Kanker’).

    Werking
    Bisfosfonaten, zoals zoledroninezuur, binden zich aan het calcium (kalk) in het bot. Dit remt de afbraak van het bot. Als u het samen met voldoende calcium en vitamine D gebruikt, worden uw botten sterker. U merkt dit niet direct zelf op. Maar u heeft wel minder kans op botbreuken.

    Artsen schrijven zoledroninezuur voor als bij u sprake is van botontkalking, of als u een grote kans heeft later botontkalking te krijgen. Meestal wordt osteoporose behandeld met een bisfosfonaat dat u kunt slikken. Als tabletten niet mogelijk zijn, kan de arts kiezen voor een keer per jaar een infuus met zoledroninezuur. Bijvoorbeeld bij mensen die bedlegerig zijn. Voor hen is het niet altijd mogelijk een bisfosfonaat veilig in te nemen.

    Lees meer over botontkalking . "

    Ziekte van Paget

    Verschijnselen
    De belangrijkste verschijnselen bij de ziekte van Paget zijn een aanhoudende pijn in de botten, vervormde botten, botbreuken en soms hartzwakte.

    Oorzaken
    De precieze oorzaak van de ziekte van Paget is onbekend. Er hoort een voortdurend evenwicht te zijn tussen aanmaak en afbraak van de botten. Bij de ziekte van Paget is deze aanmaak en afbraak sneller dan normaal. De botten krijgen hierdoor een afwijkende structuur waardoor ze minder sterk zijn en met elkaar kunnen vergroeien.

    In nieuw gevormd botweefsel komen veel meer bloedvaten. Hierdoor kan het hart moeite hebben het bloed rond te pompen, waardoor hartzwakte kan ontstaan. 

    Behandeling
    De ziekte van Paget wordt meestal met zoledroninezuur behandeld. Na het infuus met dit medicijn moet u meestal ten minste 10 dagen extra kalk en vitamine D slikken.

    Werking
    Zoledroninezuur bindt zich aan het calcium (kalk) in het bot. Dit remt de afbraak van de botten. De snelheid van afbraak en opbouw van de aangetaste botten neemt af. Hierdoor heeft u minder botpijn en minder kans op botbreuken.
    Het effect op botpijn merkt u binnen 1 tot 3 maanden na het infuus. Het effect kan enkele maanden tot langer dan 5 jaar aanhouden.

    Lees meer over ziekte van paget . "
  • Soms (bij 10 tot 30 op de 100 mensen)

    • Griepachtige verschijnselen in de eerste 3 dagen na het infuus. U kunt last krijgen van koorts, spierpijn, gewrichtspijn, vermoeidheid, een ziek gevoel en blozen.

      Dit komt vooral voor bij de eerste keer dat u het medicijn krijgt. U kunt de kans hierop verkleinen door direct na toediening van dit medicijn paracetamol in te nemen. Raadpleeg uw arts als het na een paar dagen niet overgaat of als de klachten zeer ernstig zijn.

    Zelden (bij 1 tot 10 op de 100 mensen)

    • Hoofdpijn, duizeligheid, vermoeidheid, gevoel van zwakte.

    • Pijn in botten, spieren en gewrichten, stijve spieren.

      Heeft u hier veel last van? Neem dan contact op met uw arts.
      Zeer zelden, en alleen na meerdere keren gebruik, scheurtjes in het bot van het dijbeen. Dit merkt u aan pijn in uw liesstreek, dijbeen of heup. Neem dan contact op met uw arts.

    • Bloedarmoede, u merkt dat onder andere aan een extreme vermoeidheid, een bleke huid en slijmvliezen.

      Raadpleeg dan uw arts.

    • Oogontsteking. Raadpleeg uw arts als u wazig of slecht gaat zien en bij een pijnlijk of rood oog.

    • Maagdarmklachten, de eerste dagen na het infuus. Zoals misselijkheid, braken, geen eetlust. Zeer zelden buikpijn, verstopping, diarree, winderigheid ontstoken slokdarm.

      Heeft u hier veel last van? Raadpleeg dan uw arts.

    • Te weinig calcium (kalk) in het bloed. Te weinig calcium kunt u merken aan braken, trillende handen, benauwdheid, hartkloppingen, spierkrampen en gevoelige handen, voeten, lippen en tong.

      Als dit optreedt, is het meestal binnen 10 dagen na het infuus. Raadpleeg bij deze verschijnselen uw arts.
      Dit komt vooral, maar zelden, voor als u dit medicijn gebruikt tegen de ziekte van Paget.

    Zeer zelden (bij minder dan 1 op de 100 mensen)

    • Pijn, zwelling of roodheid op de plaats van het infuus.

      Raadpleeg uw arts als de klachten niet overgaan.

    • Overmatig zweten of trillen.

    • Tintelingen of een doof of prikkelend gevoel op de huid.

    • Benauwdheid, hoest of kortademigheid.

      Raadpleeg uw arts als u dit bemerkt.

    • Droge mond, smaakstoornissen, ontsteking van het mondslijmvlies.

    • Pijn in de kaak of oor, oorontsteking of loopoor.

      Raadpleeg uw arts als dit niet overgaat. Het kan namelijk wijzen op een beschadiging van het kaakgewricht of het botweefsel rond het oor. De kans hierop neemt toe als u dit medicijn meerdere malen krijgt toegediend. Deze klachten kunnen eerder ontstaan na een tandheelkundige ingreep in de mond, zoals het trekken van tanden en kiezen. Overleg met uw arts als u een behandeling van tandarts of kaakchirurg nodig heeft in de weken na het infuus.
      Verzorg uw gebit goed en laat uw gebit regelmatig door uw tandarts controleren.
      Waarschuw meteen uw (tand)arts als u last krijgt van uw mond of gebit, zoals loszittende tanden of kiezen en pijn of zwelling.

    • Hartvaatklachten zoals hartkloppingen, vertraagde hartslag, te hoge of juist lage bloeddruk.

      Raadpleeg uw arts als u dit bemerkt.

    • Nierbeschadiging. Dit merkt u onder andere aan vaak moeten plassen, vochtophoping in de benen of voeten (oedeem), gewichtstoename, bloed in de urine.

      Neem bij deze klachten contact op met uw arts.
      U kunt de kans hierop verkleinen door voor elke behandeling voldoende te drinken. Als u al een verminderde nierwerking heeft, is behandeling met dit medicijn niet verstandig. Bespreek dit met uw arts.

    • Spierkrampen. Waarschuw bij epileptische aanvallen of hevige spierkrampen uw arts.

    • Psychische klachten zoals angst, verwardheid, slapeloosheid of juist slaperigheid.

      Raadpleeg uw arts.

    • Infecties of bloedingen. U merkt het aan keelpijn, koorts, blaren in de mond, snel blauwe plekken of bloedneuzen of infecties.

      Waarschuw in deze gevallen direct uw arts. De bijwerking kan komen door te weinig witte bloedcellen of bloedplaatjes.

    • Overgevoeligheid voor dit medicijn. Dit merkt u aan huiduitslag, galbulten en jeuk.

      Neem bij deze verschijnselen contact op met uw arts.
      In zeer zeldzame gevallen ontstaat een ernstige overgevoeligheid. Dit is te merken aan een of meer van de volgende verschijnselen: koorts, opgezwollen mond, tong, keel of gezicht, ademhalingsproblemen en flauwvallen. Raadpleeg meteen een arts of ga naar de Eerste-hulpdienst.
      Als u overgevoelig blijkt te zijn, mag u dit medicijn in de toekomst niet meer gebruiken. Geef dat aan de apotheker door. Het apotheekteam kan er dan op letten dat u dit medicijn niet opnieuw krijgt.

    Heeft u last van een bijwerking? Meld dit dan bij het bijwerkingencentrum lareb. Hier worden alle meldingen over bijwerkingen van medicijnen in Nederland verzameld. Ik wil een bijwerking melden

    Uitleg frequenties

    Regelmatig : bij meer dan 30 op de 100 mensen
    Soms : bij 10 tot 30 op de 100 mensen
    Zelden : bij 1 tot 10 op de 100 mensen
    Zeer zelden : bij minder dan 1 op de 100 mensen

  • Hoe?
    Een arts of verpleegkundige zal het infuus aanbrengen.
    Het infuus duurt minimaal een kwartier.

    Hoelang?
    Hoelang u het moet gebruiken hangt af van de reden waarvoor u het gebruikt.

    • Bij kanker met uitzaaiingen in het bot (botmetastasen): u krijgt elke 3 tot 4 weken een infuus met zoledroninezuur. De duur van het gebruik hangt af van hoe uw ziekte verloopt. Soms krijgt u het infuus elke 12 weken.
    • Bij te veel calcium in het bloed door kanker: meestal is 1 infuus met zoledroninezuur voldoende om de hoeveelheid calcium weer goed te krijgen.
    • Bij de ziekte van Paget: het infuus werkt nog lange tijd door. Als het effect afneemt kan het infuus worden herhaald. De tijd tussen 2 infusen moet minstens 1 jaar zijn.
    • Bij botontkalking: u krijgt een keer per jaar een infuus. Uw arts zal elke 5 jaar bepalen of het nog zinvol is de behandeling voort te zetten. Bisfosfonaten, zoals zoledroninezuur, worden meestal niet langer dan 5 jaar gebruikt. Drie jaar na stoppen zal uw arts kijken of dit medicijn opnieuw nodig is.
    • Om de bijwerking van corticosteroïden (bijnierschorshormonen) tegen te gaan: u krijgt een keer per jaar een infuus. U moet dit medicijn meestal net zolang als het corticosteroïd gebruiken. Behalve als u dit corticosteroïd langer dan 10 jaar gebruikt. Na 10 jaar moet u meestal stoppen met zoledroninezuur.
    • Om borstkanker te remmen: u krijgt 2 keer per jaar een infuus. U krijgt dit medicijn 3 jaar.
  • Dit medicijn wordt door de arts of een verpleegkundige toegediend. Neem contact op met uw arts op verpleegkundige als u de afspraak hebt gemist of niet in staat bent de afspraak te halen.

  • autorijden ?
    Ja, dat kan. Dit medicijn heeft geen invloed op hoe goed u kunt autorijden.

    alcohol drinken en alles eten?
    U mag alles eten en drinken. Bij botontkalking is het belangrijk voldoende calcium en vitamine D te gebruiken. Dit helpt bij de botaanmaak.

    Calcium zit vooral veel in zuivelproducten, zoals melk, yoghurt en kaas.
    Vitamine D zit maar weinig in voedsel, een klein beetje wordt toegevoegd aan margarine. De meeste vitamine D maken mensen zelf in hun huid aan, onder invloed van zonlicht.

    Soms schrijft de arts een calcium- en vitamine D-preparaat voor, als u te weinig calcium of vitamine D binnenkrijgt.

  • Van dit medicijn zijn geen belangrijke wisselwerkingen met andere medicijnen bekend.

  • Zwangerschap
    Overleg met uw arts. U kunt dit medicijn beter NIET gebruiken als u zwanger bent of binnenkort wilt worden. Over het gebruik van dit medicijn tijdens de zwangerschap is nog te weinig bekend. In theorie kan dit medicijn de hoeveelheid calcium bij de baby beïnvloeden. Het kan dan schadelijk zijn voor de botopbouw en ontwikkeling van de baby. Misschien kan uw arts een ander medicijn voorschrijven. Een medicijn waarvan wel bekend is dat u het veilig kunt gebruiken.

    Borstvoeding
    Wilt u borstvoeding geven? Overleg dan met uw arts of apotheker. Het is niet bekend of dit medicijn in de moedermelk komt en of het slecht is voor de baby. Mogelijk kunt u kunstvoeding geven.

  • Bij gebruik vanwege kanker kunt op elk moment in één keer met dit medicijn stoppen.. Als u stopt neemt de kans toe op botbreuken, botpijn en nierbeschadiging. Stop daarom alleen op advies van uw arts.

    Bij osteoporose krijgt u meestal 5 jaar lang elk jaar een infuus. Als u in die tijd stopt, is het effect op uw botten misschien niet voldoende. Probeer daarom het voorgeschreven aantal jaar vol te houden.

    Denkt u erover na om te stoppen met dit medicijn? Lees voor meer informatie het thema 'Kan ik stoppen met mijn medicijnen tegen botontkalking?'.

     

  • Ja, u heeft een recept nodig.

    Zoledroninezuur is sinds 2000 internationaal op de markt. Het is op recept verkrijgbaar als infuus onder de merknamen Aclasta en Zometa en als het merkloze Zoledroninezuur.

  • Aclasta Aclasta Zometa Zometa Zoledroninezuur Zoledroninezuur
  • Deze tekst is opgesteld door het Geneesmiddel Informatie Centrum van de KNMP. Deze tekst is gebaseerd op de bijsluiter van het beschreven medicijn en op andere, wetenschappelijke bronnen. Zoals medische richtlijnen, standaarden en literatuur. Bent u benieuwd hoe het apotheek.nl-team dit doet? Bekijk dan de video. Hoewel bij het opstellen van de tekst uiterste zorgvuldigheid is betracht, is de KNMP niet aansprakelijk voor eventuele schade die zou kunnen voortvloeien uit enige onjuistheid in deze tekst. De officiële bijsluiter van dit medicijn vindt u bij het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen op: www.cbg-meb.nl.

Sluit de enquête